Leeslengte kort, Verhaal

Nog even

De iepen hebben nog twee verdiepingen te gaan. Nu al strekken hun toppen zich reikhalzend uit naar de onderrand van het balkon. Dat was zes jaar geleden nog anders, toen wij hier kwamen wonen.

Alles groeit in de natuur. Alles woekert over alles heen als het de kans krijgt. Beneden, in die toppen daar, zie ik vier parkieten spelen. Invasieven als ze zijn, verdringen zij inheemse vogelsoorten. In zes jaar tijd heb ik hun populatie hier flink zien toenemen.

Ze zijn groener dan het felste groen van het lichtgevende, jonge iepenzaad. Vol verwachting kijken de vogels naar de lekkernij in wording, vol verwachting van het volgroeid raken.

Het is onmogelijk om er nog vanaf te blijven. Het verlangen is te groot en de frustratie valt in onrijpe trosjes, kapot gebeten door kleine rode snavels, naar beneden. Tussen de voorjaarsnarcissen die daar staan te bloeien.

Heb geduld, wil ik ze zeggen, het zuur wordt automatisch zoet. Nog even.

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Hoe gekker, hoe liever

Vannacht is de zomertijd ingegaan.
Vanochtend zijn de klokken vooruitgezet
in de huizen.

Vanavond lijkt het daglicht
een uur langer
te duren.

Wat kunnen menselijke zielen zichzelf
en elkaar
voor de gek houden
met verhalen,
verzinsels,
met kunstmatige
constructies.

Maar deze dame maakt me blij.
Zij schenkt ons het genoegen van de schijn
van langer zonlicht.

Dat is positief.
Het leven wordt wat opgeleukt;

het lijf wat energieker,
het brein wat creatiever
en iedereen wat liever.

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Intussen op de Veluwe

Champagne in een rimpelhand,
kleine kinderen spelen,
het haardvuur brandt.

Een dier sluipt rond in schapenweiden,
dringt binnen in een land.
Immoreel, ondankbaar, moordend
dingt het naar de jagershand.

Wie stelde de grenzen?
Wie liet de schapen kansloos?
Wie plaatste de palen?
Wie spande het prikkeldraad?
Wie komt wie te nader?
Wie ziet schuw voor bruutheid aan?

De vragen slaan dood
op een claim op veilig nageslacht,
de claim die dierlijkheid verraadt.

Ze blijven onbeantwoord
door het sterkste wezen
dat altijd in zijn recht staat,
het lijk dat van zijn overdaad
de eigen heuvel maakt –
het graf waarop de wolf straks huilend staat.

Standaard
Leeslengte kort, Verhaal

Zachte letters

Gisteren vond ik iemand terug van vroeger in mijn leven: juffrouw Verhappen, onderwijzeres op de Sint Lucasschool in ’s-Hertogenbosch, mijn juf van de eerste klas.

Ze zat gevangen in de nalatenschap van mijn oudste zus en heeft er zeven jaar over gedaan om van daaruit terug te belanden bij mij. Ze kwam tevoorschijn uit een stapel boeken die ik via kronkelige wegen in handen kreeg. Allemaal eigendom geweest van die zus, dat wist ik zeker.

Totdat ik gisteren dat ene, kleine exemplaar oppakte; nog geen A6, ouderwets gebonden, voorzien van een kersenrode harde kaft met een leerstructuur. In gouden diepdrukletters staat erop: Mijn mooiste boekje. Het is een beetje gesmoezeld door de tand des tijds, het geurt een beetje naar oud papier.

Ik blader erdoorheen en wordt getroffen door een schok. In een flits schiet mijn naam voorbij.

Ik ga terug naar die plek waar het geweest moet zijn. Er kleeft een kaartje tussen de pagina’s vijftig en eenenvijftig. En op dat kaartje lees ik in een zacht, rond handschrift, in blokletters:

stan,

hartelijk
gefeliciteerd
met
je
eerste
heilige
communie.

juffrouw
verhappen.

Precies zo, mét interpunctie, zónder hoofdletters – zover waren we kennelijk gekomen. Mijn eerste echte grote-schooljuf tot leven gewekt.

Ik heb het boekje niet eens gemist. Ik heb van het bestaan niet meer geweten.

Het is een raadselachtig wonder dat het via zo’n vreemde, grote omweg door tijd en ruimte weer op zijn thuisplek is aangeland. Ik ga daar niet te diep over zitten denken. Het toeval speelt zijn spel met alle dingen en met iedereen. Dat is alles.

Het toeval speelt zijn spel, ook met mijn emoties. Breekbare herinneringen flakkeren op bij dat zachte, ronde handschrift. Een speelkwartier, houten lessenaartjes, stoffig bordkrijt, glanzend linoleum, een zonnig klaslokaal. Heel vaag komt er een gezicht door. In dat decor, een jonge vrouw, een donkerblonde paardenstaart, een licht gelaat, fijne trekken. Slechts heel vaag, het kan bedrog zijn.

Onmiskenbaar echter een liefdevol gezicht. Dat bewijzen ook de letters, zo zorgvuldig en met toewijding als die geschreven zijn. Deze juf koesterde haar kinderen.

Iemand schrijft een kaartje, met jonge, slanke vrouwenhanden. Ik ben het kind voor wie die boodschap is. Een intieme band wordt hier bezegeld. Zo voel ik dat.

Zo veel jaren later komt die band haast metafysisch binnen. Haar vingers hebben het papier geraakt, bewust voor mij, zeer persoonlijk. Die vingers ontmoet ik weer. Niet als zesjarige, mijn vingertoppen zijn inmiddels vierenzestig. Toch ik kan daarmee die van haar raken, bijna zestig jaar terug in de tijd, die van die jonge toegewijde vrouw, via dat kaartje.

Het zegel is al die jaren nooit kapot gegaan. De warmte is nog voelbaar. De zachte, ronde letters spreken nog speciaal tot mij.

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Op- en afschalen

In de perfecte punt
wil ik het borgen.
Het puilt nog uit.

Uit mis gemunt
groeien de zorgen,
kruipt worm eruit.

Het is het even-wicht
dat mij de gesel is,
omdat het zo afwezig is
en daardoor luid
zich uit.

Een blad ligt schuin,
het weer borstelt
op een kruin,
vel kleurt bruin
en vormt een vlies
dat rot omsluit.

Zal ik het vlees
ontdoen van huid,
de vruchten villen,
dat rottend snot
bedwingen willen?
Neem een besluit.

Voor de elfde maal
schik ik de ronde schaal
met wankel fruit
en eet eruit.

Standaard