Dichtwerk, Leeslengte kort

Treurende wilg

Gisteren nog stond hij er,
als een Narcissus
zijn spiegelend beeld
begerend aan de oever,
zijn lokken vol voorover
wassend in het water.

Nu zijn zijn leden stompen,
balken van een skelet,
uit welks geamputeerde schaduw
een handvol sluike slierten tast,
vissend naar een foto
vervlogen in het water.

Wilg aan het water,

ontrukt uit jouw omarming
van ingekeerde schoonheid,
geschonden, gestraft,
hoe kun jij ooit nog hunkeren –
naar een kandelaber
verkeerd om in het water.

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Nijlpaarden in de Rijn

De tjiftjaf tjiftjaft weer onvermoeibaar door het raamrooster naar binnen.
Hij zit ergens hoog in een iep beneden.

Waar maken wij ons druk om?
Klimaatactivisten.

Een vrouw van cijfers,
voor het hoofdkantoor van een bank in Amsterdam,
vertelde dat haar puberdochter wist van nijlpaarden in de Rijn,
ooit –
en vrienden vonden botrestanten van mastodonten aan het Noordzeestrand;
ze leefden tussen Engeland en Nederland,
toen de kom nog niet vol water stond.

Zij maakte zich geen zorgen.
Tegen welke krachten vecht je?
Panta rhei.

Als mensen willen consumeren,
wie houdt ze tegen?
Waarom?
Zijzelf deed er niet aan mee.
Aan het een en ander.

Misschien is zij wel verder dan wij,
die het stromen stoppen willen.
Begrijpt zij het beter,
vrouw van cijfers.
Controller, astronoom, fysicus, geoloog.
Wie in grote getallen denkt kijkt dieper in de tijd.

De kleine vogel overstemt nu zelfs sirenes,
en een politiehelikopter,
intussen rustig persisterend naast een vinkenslag.
Ik begrijp iets niet,
hij wel,
zij ook.

Zou het kouwe drukte zijn?

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

Ideale wereld

in een ideale wereld
is niets ergens een oorzaak van
of een gevolg
kan ik niet vooruit blikken
of terug
er alleen maar zijn
los van verwachtingen
zonder herinneringen
in een punt
waarin niets voorvalt
geschiedenisloos
toekomstloos
tijdloos
planloos

in een ideale wereld
ben ik een meeuw
stil in de lucht

een ideale wereld
stelt geen eisen
accepteert dat ik er ben
en er niet om heb gevraagd

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort

KLM

‘Wat kunnen die sjoemelen zeg!’, roept iemand in mijn droom.

Ik zie twee liften;
één omhoog,
één omlaag.

Daar wordt men in gezet.

Het zoeft;
óf omhoog,
óf omlaag.

Slikken, suizen, trommelvliezen.
Boeren, braken, maag.
Men verreist niet!

Wakker.

Vliegen als suggestie;
je kunt de wereld
mooier dromen dan hij is.

Standaard
Dichtwerk, Leeslengte kort, Verhaal

Lente!

Het is een dag van kleine klussen, zo’n dag waarvan je hoopt dat ie maar snel gedaan is, de klussen snel geklaard zijn.

Maar dat is een vergissing.

De thee die ik nu drink, op deze dag, smaakt fris zoet groen, en naar jasmijn en voorjaar.

Ik heb net op het balkon de was gehangen. Ik hoorde de slag van vinken, en de bescheiden tjilp van pimpelmezen. En ver weg de prachtzang van een merel. En natuurlijk het gekoer van duiven.

De tweede nieuwsblog van zus en zwager is gekomen – sinds de start van hun gewaagde voettocht naar het einde van de wereld. Die spat uiteen van lentelust.

Ze schrijven over groen dat almaar groener wordt, het fluitenkruid en koolzaad dat overal uitbundig bloeit, dat links en rechts hun pad versiert. Samen met de paardebloem, de vlier en de hoge pluimen van het gras lijkt me dat een erehaag om doorheen te wandelen.

Al lezend denk ik ook aan hier. De ganzen en de eenden, de meerkoeten en waterhoenen, de zwanen. Allemaal heb ik ze al gezien met donzig nageslacht in de Amsterdamse wateren. Levenslustig spartelend, spelend – of statig pedant peddelend. In het Vondelpark moet het ooievaarspaar ook jongen hebben. Het leeft helaas te hoog op stand voor mij als mens om dat te kunnen nagaan.

Zelfs een dag van kleine klussen laat zich groot genieten. Het is lente, eindelijk voorjaar!

Laat vandaag maar duren. Ik schenk heet helder water klaterend in een glas voor nog een keer jasmijnthee.

Standaard